Nederland heeft arbeidsmigranten heel hard nodig. Dat konden we in de coronacrisis maar al te goed merken. Toen het aantal werkzame arbeidsmigranten in ons land meer dan halveerde, kregen sectoren zoals de land- en tuinbouw, voedingsindustrie, bouw en logistiek te kampen met acute forse personeelstekorten. Tekorten die overigens niet / nauwelijks opgevuld konden worden met arbeidskrachten die in andere sectoren tijdelijk zonder werk kwamen te zitten. Ook na corona en in het licht van de toenemende vergrijzing van onze bevolking, blijven we arbeidsmigranten onverminderd hard nodig hebben. Flexcraft European Workforce is al jaren specialist in de werving, selectie, bemiddeling en begeleiding van Oost- en Midden Europese arbeidskrachten. In de groeiende markt van internationale arbeidsbemiddeling, waarbij steeds meer bedrijven de voordelen zien van het werken met buitenlandse werknemers, kunnen wij garanderen dat we de zorg voor onze flexwerkers en relaties en het leveren van kwaliteit altijd vooropstellen.

Corona treft Nederlandse economie hard

Net voor de uitbraak van de coronapandemie, ging het goed met de Nederlandse economie. Erg goed. Het aantal banen groeide al meer dan vijf jaar achter elkaar[i] en het aantal werkenden bereikte eind 2019 het recordniveau van 9 miljoen[ii], wat een arbeidsparticipatie van bijna 69 procent betekende. De teller van het aantal openstaande vacatures stond in het vierde kwartaal van 2019 op ruim 281.000 en het aantrekken van geschikt talent stond op het prioriteitenlijstje van het merendeel van de Nederlandse leidinggevenden voor 2020[iii]. Voldoende medewerkers met de juiste vaardigheden vinden was voor sommige bedrijven in sectoren met groot personeelsgebrek, zo lastig geworden dat ze meer en meer beroep moesten doen op buitenlandse arbeidskrachten.

En dan was daar ineens Covid-19, dat een groot deel van de wereld letterlijk stillegde. Ondanks de verregaande steunmaatregelen van de overheid, daalde het aantal werkenden sinds maart met 201.000, groeide het aantal werklozen naar 330.000 (3,6 procent van de beroepsbevolking)[iv] en registreerde het CBS de sterkste daling in het aantal openstaande vacatures ooit. In het eerste kwartaal van 2020 daalde het aantal openstaande vacatures met 60.000[v]. Ook het consumenten- en ondernemersvertrouwen gingen nooit eerder zo hard onderuit. De Europese Unie meldt in zijn economische vooruitblik dat de Nederlandse economie in 2020 met 6,75 procent krimpt. Dat is aanzienlijk, maar in vergelijking met andere Europese landen doen we het nog niet eens zo slecht. Volgens de Government Response Tracker van Oxford University is er een duidelijk verband te zien tussen de strengheid van de lockdown en de economische krimpcijfers[vi]. De EU verwacht voor ons land een serieus herstel in 2021, met een groei van 4,5 procent[vii]. Ook analyses van het Centraal Planbureau (CPB)[viii] en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)[ix] wijzen op een gelijkaardige ontwikkeling.

Momenteel worden in Nederland de intelligente lockdown-maatregelen geleidelijk aan versoepeld en moeten bedrijven zich aanpassen aan het ‘nieuwe normaal’ van de anderhalvemetereconomie. De vrees voor een tweede golf en zeker ook voor de impact ervan op de economie is echter reëel[x]. Komt er een tweede coronagolf, dan loopt het vertrouwen in de economie nog meer averij op en zal het macro-economisch voor een enorme klap zorgen. Volgens de EU loopt de economische krimp in ons land dan op tot 10,5 procent en zal er ook weinig overblijven van de voorspelde groeispurt in 2021.

Fors minder arbeids- en kennismigranten in Nederland ten gevolge van corona

De coronapandemie leidde tot een wereldwijde lockdown. De Europese Unie sloot haar grenzen op 16 maart en Nederland deed hetzelfde op 19 maart. Veel arbeidsmigranten zijn naar hun thuisland teruggekeerd. Precieze cijfers voor Nederland ontbreken maar geschat wordt dat sinds het uitbreken van de coronacrisis alleen al 2 tot 4 miljoen Polen vanuit verschillende EU-landen naar Polen zijn teruggekeerd. Hetzelfde geldt ook voor uitzendkrachten uit Roemenië en Bulgarije, maar dan in minder grote aantallen[xi]. Daar komt nog eens bij dat 57 procent minder nieuwe immigranten naar Nederland kwamen. Poolse migranten vormen de grootste groep: voor de coronamaatregelen schreven gemiddeld 600 Polen per week zich in Nederland in, na de maatregelen daalde hun aantal tot de helft[xii].

Omdat zoveel arbeidsmigranten zo snel en plots verdwenen van de Nederlandse arbeidsmarkt, zijn veel sectoren in de problemen gekomen, blijkt uit onderzoek van ABN Amro[xiii]. De bouw, de industrie en zeker ook de agrarische sector kampen acuut met grote personeelstekorten. De timing was in de agrarische sector, een sector die sowieso al sterk afhankelijk is van arbeidsmigranten, heel slecht gezien de piek (oogsttijd) voor de tuinbouw. In de agrarische sector staan daardoor steeds meer oogsten op het spel[xiv]. Ook in de bouw zorgde het vertrek van buitenlandse arbeidskrachten, die vaak in rotatiediensten werken, voor problemen.

Het acute tekort kon overigens niet zomaar met flexibele arbeidskrachten, die door de coronamaatregelen zonder werk zaten, opgelost worden. Als ze al interesse zouden hebben in werk in de landbouw, dan is de kans bijvoorbeeld groot dat ze er wat uurloon betreft, op achteruit zouden gaan.

Talent uit het buitenland blijft hard nodig

Arbeidsmigranten zijn onmisbaar geworden in Nederland. Uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek waren in 2016 in totaal 371.000 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa in ons land aan het werk en vervulden ze samen bijna één op de twintig banen (514.000, vooral uitzendbanen). Ze droegen daarmee ongeveer 11 miljard euro bij aan het nationaal inkomen van Nederland[xv]. Het aantal arbeidsmigranten is in de afgelopen jaren alsmaar verder gegroeid en dus ook hun bijdrage aan onze economie.

De verwachting is dat dit ook in de toekomst zo zal blijven, vanwege de forse personeelstekorten die ontstaan doordat er steeds meer mensen met pensioen gaan dan dat er nieuwe werknemers bijkomen. Een recent onderzoek van het demografisch instituut NIDI en het CBS spreekt van een dubbele vergrijzing van de Nederlandse samenleving, omdat het aantal 65-plussers (en dan vooral het aandeel 80-plussers daarin) fors toeneemt en het aantal Nederlanders in de beroepsbevolking tegen 2050 met ongeveer 1 miljoen zal gedaald zijn. Het NIDI en het CBS hebben samen zeven varianten voor de bevolkingsontwikkeling in de komende dertig jaar doorgerekend en komen tot de conclusie dat in de meeste varianten de beroepsbevolking (20 jaar tot AOW-leeftijd) krimpt behalve in de varianten waarbij er jaarlijks meer dan 50.000 migranten naar ons land komen. In dergelijke scenario’s zou in 2050 zo’n 42 procent van de beroepsbevolking geen Nederlandse achtergrond meer hebben; nu is dat 26 procent[xvi].

Grenzen aan (arbeids)migratie

Arbeidsmigranten vervullen hier functies waarvoor onvoldoende Nederlandse werknemers voor te vinden zijn[xvii]. Dat is veelal praktisch geschoolde arbeid in land- en tuinbouw en logistiek, maar er is daarnaast ook steeds meer vraag naar werknemers op MBO-niveau. Bedrijven vestigen hun hoop op arbeidsmigranten om het schreeuwend tekort aan geschoold technisch personeel, zoals elektromonteurs, pijpfitters, schilders, stellingbouwers en isolatie-personeel, in te vullen[xviii]. Arbeidsmigranten zijn vooral actief in sectoren als land- en tuinbouw, zakelijke dienstverlening, logistiek, groothandel, voedingsindustrie en metaalindustrie.

Hoewel hun bijdrage aan de Nederlandse economie en arbeidsmarkt niet te ontkennen is, wordt er vanuit de politiek niet ondubbelzinnig positief gereageerd op bevolkingsprognoses waarbij de bevolking dankzij een (over)groot aandeel immigratie, toeneemt. Terwijl D66 meer arbeidsmigranten, vooral praktisch opgeleide niet-Europeanen, wil toelaten[xix], uitten politieke partijen als de ChristenUnie, SP, CDA en VVD rond de jaarwisseling juist hun zorgen over de migratiestromen naar en binnen de EU naar aanleiding van de publicatie van de bevolkingsprognose van het CBS[xx]. Vice-premier Hugo de Jonge herhaalde zijn pleidooi[xxi] voor een voorspelbaar migratiebeleid en een beperking / quotum voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten overigens nog eens op het debat voor het lijsttrekkerschap van de CDA[xxii].

Het Nederlandse bedrijfsleven reageert niet enthousiast op dergelijke politieke uitlatingen. ABN Amro noemt het politieke standpunt ‘opvallend’ omdat Nederland kampt met een tekort aan arbeidskrachten en het groeivermogen van de Nederlandse economie afhankelijk is van de groei van de werkzame bevolking. Een beperking van arbeidsmigratie zou bij bedrijven voor nog meer problemen bij de personeelswerving zorgen[xxiii]. Ook het NIDI wijst erop dat “een lage migratie leidt tot een krimpende potentiële beroepsbevolking en een hoge demografische druk[xxiv]. Anders gezegd: wanneer veel (arbeids)migranten naar Nederland komen, kunnen de werkenden beter (blijven) voorzien in het onderhoud van de niet-werkenden. Rob Slagmolen van VNO-NCW benadrukt hoe hard het Nederlandse bedrijfsleven arbeidsmigranten nodig heeft: “Voor de bouw van je huis, om je pakketje bezorgd te krijgen, om die innovatieve machines van chipmachinefabrikant ASML het land uit te schuiven, voor de komkommer op je bord[xxv]. Ook ABU-directeur Jurriën Koops maant aan tot voorzichtigheid: “We moeten zuinig en kritisch zijn op arbeidsmigratie. Zuinig, want arbeidsmigratie is broodnodig voor onze economie en welvaart. Kritisch, want er zijn te veel uitwassen en het moet dus echt beter[xxvi].

Niet oneindig

Los van het politieke gesteggel in ons land rond (arbeids)migratie, moeten we beseffen dat het aanbod arbeidsmigranten ook niet oneindig is. De economie is in veel Oost-Europese landen gegroeid, de werkloosheid is er gedaald en ook deze landen krijgen steeds meer met een tekort aan personeel te maken, waardoor de (minimum)lonen en het besteedbare inkomen (fors) stijgen. Al evenaren ze nog niet de lonen in Nederland en haar buurlanden, toch neemt hierdoor voor veel Poolse, Bulgaarse of Roemeense arbeidskrachten een voorname reden om in het buitenland te gaan werken in belang af.

In de strijd om de steeds kleiner wordende pool aan Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten, krijgt Nederland ook in toenemende mate te maken met concurrentie van andere EU-landen. Het Duitse minimumloon verhoogt stapsgewijs en ligt nu al iets hoger dan in Nederland, waardoor het land aantrekkelijker wordt voor Oost-Europeanen. Volgens ABN Amro[xxvii] zal daarnaast ook de geografische afstand en de taalbarrière Nederland parten spelen. Wie nog graag in het buitenland aan de slag gaat, zal eerder kiezen voor landen als Duitsland en Oostenrijk, waar de afstand met familie en vrienden thuis minder groot is. Volgens Kees Stob, directeur van Public Result is het daarenboven ook zo dat “landen als Duitsland en Denemarken nét wat meer de rode loper uitleggen voor arbeidsmigranten. In de techniek en de zorg, sectoren die veel behoefte hebben aan handjes, worden migranten daar bijvoorbeeld verwelkomd met gunstigere huisvestings- en gezinsregelingen. Dat maakt Duitsland en Denemarken vaak net iets aantrekkelijker dan Nederland[xxviii].

Een alternatief is niet meteen gevonden; de arbeidsmigratie vanuit Turkije, Oekraïne, India en Zuidoost Azië (vooral Filippijnen en Viëtnam) neemt toe maar is in absolute cijfers nog vrij laag. Ook moet de wetgeving aangepast worden, willen Nederlandse bedrijven niet-EU-arbeidsmigranten gemakkelijk(er) / langdurig(er) tewerkstellen. Wat nu gebeurt is dat deze niet-EU-arbeidsmigranten naar Oost-Europese landen zoals Polen, Tsjechië, Hongarije en Litouwen trekken, waarna ze door middel van een zogenaamde A1-verklaring naar andere EU-landen, zoals Duitsland of Nederland, gedetacheerd worden[xxix]. Dergelijke constructie, waarbij Poolse bedrijven of Nederlandse bedrijven met een hoofdkantoor in Polen, een klus aannemen in een andere EU-lidstaat en vervolgens hun eigen werknemers naar dat land sturen om die opdracht uit te voeren, is in principe legaal. Maar het blijft in deze constructies goed opletten voor mogelijk misbruik: slechte huisvesting, uitbuiting, onderbetaling, zwartwerk,… ABN Amro raadt inleners, uitzendbureaus, brancheverenigingen en andere bedrijven en dienstverleners in de keten dan ook aan alert te zijn op mogelijke arbeidsuitbuiting en zich te blijven inspannen om misstanden te voorkomen.

Flexcraft EU richt zich op het creëren en behouden van tevreden uitzendkrachten

Dat de tewerkstelling, begeleiding, vervoer en huisvesting van arbeidsmigranten in Nederland niet altijd even foutloos gebeurt, kwam tijdens de coronacrisis nog eens extra pijnlijk aan het licht en leidde tot de oprichting van een Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer[xxx]. Daarnaast werkt het kabinet al enige tijd aan een integrale aanpak om misstanden bij EU-arbeidsmigranten aan te pakken en om tegelijkertijd de werk- en woonomstandigheden te verbeteren[xxxi]. Goede voorlichting en accurate registratie van arbeidsmigranten bij binnenkomst in Nederland, goede huisvesting, eerlijke werkomstandigheden en degelijke begeleiding vormen daarin belangrijke speerpunten.

Bij Flexcraft European Work Support beamen we dit volledig. Onze missie is het creëren en behouden van tevreden Oost-Europese uitzendkrachten, want daar staat of valt alles mee. Omdat personeel één van de belangrijkste resources is van een bedrijf, zetten we ons samen met onze opdrachtgevers in voor gemotiveerde en betrokken mensen, die met plezier en goed hun werk doen. Dit doen we onder andere door heldere communicatie en informatie over het werken en wonen in Nederland, nauwgezette personeelsadministratie met tijdige en correcte salarisbetalingen, SNF-gecertificeerde huisvesting en een goede ontvangst en persoonlijke begeleiding, zowel op het werk als thuis. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie over onze werving, selectie, bemiddeling en begeleiding van Midden- en Oost-Europese uitzendkrachten.

 

BRONNEN

[i] CBS Conjunctuurklok, “Economisch beeld fractie minder gunstig”, 15 januari 2020.
[ii] CBS, “Voor het eerst meer dan 9 miljoen werkenden”, 16 januari 2020.
[iii] Internationale enquête van Robert Half onder 5.165 respondenten uit 13 verschillende landen, oktober 2019.
[iv] CBS, “Ruim 200 duizend werkenden minder sinds maart 2020”, 18 juni 2020.
[v] Volkskrant, “Sterkste daling aantal vacatures ooit gemeten”, 15 mei 2020.
[vi] Volkskrant, “Coronavirus oorzaak van acht unieke economische records”, 16 mei 2020.
[vii] Nu.nl, “EU verwacht krimp van bijna 7 procent voor Nederlandse economie”, 7 juli 2020.
[viii] NOS.nl, “CPB: ongekende krimp van 6 procent, werkloosheid verdubbelt”, 16 juni 2020.
[ix] RTLNieuws, “OESO: corona is grootste crisis sinds Tweede Wereldoorlog”, 10 juni 2020.
[x] FD.nl, “De vrees voor de tweede coronagolf”, 16 mei 2020.
[xi] Flexmarkt, “Corona en de oorlog om de arbeidsmigrant”, 22 april 2020.
[xii] CBS, “Immigratie gedaald na uitbreken coronapandemie”, 19 mei 2020.
[xiii] ABN Amro, Han Mesters, “Analyse Zakelijke Dienstverlening – Corona en de oorlog om de arbeidsmigrant”, 22 april 2020.
[xiv] BNR, “Steeds meer oogsten staan op het spel door corona”, 5 mei 2020.
[xv] SEO Economisch Onderzoek in opdracht van ABU, “De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland”, april 2018.
[xvi] CBS, “Migratie zorgt voor groei van cruciale groep voor arbeidsmarkt tot 2050”, 7 juli 2020.
[xvii] Centraal Planbureau (CPB) en Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), “Persbericht: In Nederland is nauwelijks sprake van verdringing op de arbeidsmarkt”, 31 oktober 2018.
[xviii] Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten, “Arbeidsmigrant is tegenwoordig veel meer dan laaggeschoolde tomatenplukker”, 14 februari 2020.
[xix] NOS.nl, “D66: haal arbeiders tijdelijk uit Afrika”, 13 februari 2020.
[xx] CBS, “Prognose: 19 miljoen inwoners in 2039”, 17 december 2019.
[xxi] NRC, Interview Hugo de Jonge “Tachtigduizend migranten per jaar is te veel voor Nederland”, 3 januari 2020.
[xxii] Telegraaf.nl, “Mona Keijzer deelt uit aan De Jonge tijdens CDA-debat”, 6 juli 2020.
[xxiii] ABN Amro Insights, “Headlines: Oost-Europese arbeidsmigranten hard nodig voor bedrijven”, 13 januari 2020.
[xxiv] NOS.nl, “Ruim 40 procent beroepsbevolking heeft migratieachtergrond in 2050”, 7 juli 2020.
[xxv] Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten, Martin Visser, “Achter de cijfers: arbeidsmigranten”, 24 februari 2020.
[xxvi] Jurriën Koops, column op ABU.nl, “De verkiezingen komen eraan”, 13 januari 2020.
[xxvii] ABN Amro Economisch Bureau, “Focus op arbeidsmigratie – Verschuiving buitengrenzen van EU?”, 31 oktober 2019.
[xxviii] Public Result, “Arbeidsmigranten in de Nederlandse samenleving: met z’n allen de schouders eronder”, 13 maart 2020.
[xxix] Leo Lucassen, hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, in een opiniestuk op RTLZ.nl: “De Oekraïners komen, maar is dat erg?”, 7 oktober 2019.
[xxx] Brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, “Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten”, 4 mei 2020.
[xxxi] Brief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, “Integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten”, 20 december 2019.